Dutch
Portuguese
Verb forms of bestorten
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bestortend | und | bestort |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bestort | bestort | bestort | bestorten | bestorten | bestorten |
| Imperfect | bestortte | bestortte | bestortte | bestortten | bestortten | bestortten |
| Toekomende tijd I | zal bestorten | zult bestorten | zal bestorten | zullen bestorten | zullen bestorten | zullen bestorten |
| Conditionalis I | zou bestorten | zou bestorten | zou bestorten | zouden bestorten | zouden bestorten | zouden bestorten |
| Perfectum | heb bestort | hebt bestort | heeft bestort | hebben bestort | hebben bestort | hebben bestort |
| Voltooid verleden tijd | had bestort | had bestort | had bestort | hadden bestort | hadden bestort | hadden bestort |
| Toekomende tijd II | zal bestort hebben | zult bestort hebben | zal bestort hebben | zullen bestort hebben | zullen bestort hebben | zullen bestort hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bestort | zou hebben bestort | zou hebben bestort | zouden hebben bestort | zouden hebben bestort | zouden hebben bestort |
| Imperatief | - | bestort | - | - | bestort | - |
- bestoft
- bestoken
- bestoken met vragen
- bestoppen
- bestormen
bestorten
- bestraffen
- bestraffing
- bestralen
- bestraten
- bestrating
- bestrijden
- bestrijding
- bestrijdingsmiddel
- bestrijken
- bestrooien
- bestrooien met
- bestseller
- bestuderen
- bestuiven
- besturen
- bestuur
- bestuurbaar
- bestuurbaarheid
- bestuurder
- bestuurder die doorrijdt na een ongeluk
- bestuurder die vluchtmisdrijf pleegt
- bestuurs-
- bestuurster
- bestuurster die doorrijdt na een ongeluk
- bestuurster die vluchtmisdrijf pleegt

