Dutch
Portuguese
Verb forms of bestieren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bestierend | und | bestierd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bestier | bestiert | bestiert | bestieren | bestieren | bestieren |
| Imperfect | bestierde | bestierde | bestierde | bestierden | bestierden | bestierden |
| Toekomende tijd I | zal bestieren | zult bestieren | zal bestieren | zullen bestieren | zullen bestieren | zullen bestieren |
| Conditionalis I | zou bestieren | zou bestieren | zou bestieren | zouden bestieren | zouden bestieren | zouden bestieren |
| Perfectum | heb bestierd | hebt bestierd | heeft bestierd | hebben bestierd | hebben bestierd | hebben bestierd |
| Voltooid verleden tijd | had bestierd | had bestierd | had bestierd | hadden bestierd | hadden bestierd | hadden bestierd |
| Toekomende tijd II | zal bestierd hebben | zult bestierd hebben | zal bestierd hebben | zullen bestierd hebben | zullen bestierd hebben | zullen bestierd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bestierd | zou hebben bestierd | zou hebben bestierd | zouden hebben bestierd | zouden hebben bestierd | zouden hebben bestierd |
| Imperatief | - | bestier | - | - | bestiert | - |
- bestendig
- bestendigen
- bestendigheid
- besterven
- bestiaal
bestieren
- bestijgen
- bestijging
- bestikken
- bestippelen
- bestippen
- bestoelen
- bestoft
- bestoken
- bestoken met vragen
- bestoppen
- bestormen
- bestorten
- bestraffen
- bestraffing
- bestralen
- bestraten
- bestrating
- bestrijden
- bestrijding
- bestrijdingsmiddel
- bestrijken
- bestrooien
- bestrooien met
- bestseller
- bestuderen

