besluitvaardig
has one meaning
Dutch
English
German
French
Spanish
Portuguese
- besluit
- besluiteloos
- besluiteloosheid
- besluiten
- besluitend
besluitvaardig
- besmeren
- besmet worden met
- besmettelijk
- besmetten
- besmetten met
- besmetting
- besmeurd
- besmeuren
- besnaren
- besneeuwd
- besneeuwen
- besnijden
- besnijdenis
- besnoeien
- besnuffelen
- besodemieteren
- besommen
- bespannen
- besparen
- besparend
- bespatten
- bespatten met
- bespelen
- bespeurbaar
- bespeuren

