Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch benoemen in WikipediaSearch benoemen in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch benoemen has 2 meanings, 4 synonym groups and 9 synonyms

English

  • appoint Info 
  • designate Info 
  • name Info 
  • nominate Info 

German

  • anstellen Info
  • benennen Info
  • ernennen Info
  • zur Wahl
    vorschlagen Info

French

  • désigner Info 
  • nommer Info 

Italian

  • assegnare Info 
  • denominare Info
  • designare Info
  • destinare Info 
  • nominare Info

Spanish

  • denominar Info 
  • designar Info 
  • nombrar Info

Dutch

  • benoemen
    • administratie
    • bedrijf

Portuguese

  • apontar Info
  • designar Info
  • nomear Info

Swedish

  • designera Info
  • förordna Info
  • tillsätta Info
  • utnämna Info
  • utse Info

Synonyms for benoemen

aanstellen : aanwijzen, beroepen
bevorderen : promoveren
bombarderen : promoveren
noemen : aanspreken, bestempelen, opsommen, vernoemen, zeggen

Verb forms of benoemen

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord benoemend und benoemd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens benoem benoemt benoemt benoemen benoemen benoemen
Imperfect benoemde benoemde benoemde benoemden benoemden benoemden
Toekomende tijd I zal benoemen zult benoemen zal benoemen zullen benoemen zullen benoemen zullen benoemen
Conditionalis I zou benoemen zou benoemen zou benoemen zouden benoemen zouden benoemen zouden benoemen
Perfectum heb benoemd hebt benoemd heeft benoemd hebben benoemd hebben benoemd hebben benoemd
Voltooid verleden tijd had benoemd had benoemd had benoemd hadden benoemd hadden benoemd hadden benoemd
Toekomende tijd II zal benoemd hebben zult benoemd hebben zal benoemd hebben zullen benoemd hebben zullen benoemd hebben zullen benoemd hebben
Conditionalis II zou hebben benoemd zou hebben benoemd zou hebben benoemd zouden hebben benoemd zouden hebben benoemd zouden hebben benoemd
Imperatief - benoem - - benoemt -

benoemen - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish