search term:

bedaren

  has 5 meanings, one synonym group and 3 synonyms

Dutch Dutch

bedaren (emotioneel gedrag, wind, verminderen, kalmeren, afkoelen)

English English

abate (verminderen, wind) appease (kalmeren) calm (kalmeren) calm down (afkoelen) conciliate (kalmeren) cool down (afkoelen) cool off (afkoelen) decrease (verminderen) die down (wind) diminish (verminderen) lessen (verminderen) lull (kalmeren) pacify (kalmeren) placate (kalmeren) quiet (kalmeren) quiet down (kalmeren) settle down (emotioneel gedrag) subside (wind) wane (verminderen)

German German

abkühlen (afkoelen) abnehmen (verminderen) beruhigen (kalmeren) beschwichtigen (kalmeren) besänftigen (kalmeren) ersterben (wind) reduzieren (verminderen) schwächer werden (wind) sich beruhigen (afkoelen, emotioneel gedrag) sich legen (wind) vermindern (verminderen) zur Ruhe kommen (emotioneel gedrag)

French French

apaiser (kalmeren) calmer (kalmeren) diminuer (verminderen) faiblir (verminderen) restreindre (verminderen) réduire (verminderen) s'amoindrir (verminderen) s'apaiser (afkoelen, verminderen) se calmer (afkoelen, emotioneel gedrag, wind) tomber (wind) tranquilliser (kalmeren)

Italian Italian

acquietare (kalmeren) calare (verminderen) calmare (kalmeren) calmarsi (afkoelen, emotioneel gedrag, wind) decrescere (verminderen) diminuire (verminderen) lenire (kalmeren) limitare (verminderen) mitigare (kalmeren) pacificare (kalmeren) placare (kalmeren) placarsi (afkoelen, wind) raffreddarsi (afkoelen) ridurre (verminderen) ridursi (verminderen) spegnersi (wind)

Spanish Spanish

amainar (wind) apaciguar (kalmeren) aplacar (kalmeren) aquietar (kalmeren) calmar (kalmeren) calmarse (afkoelen, emotioneel gedrag, wind) disminuir (verminderen) menguar (verminderen) mermar (verminderen) reducir (verminderen) reducirse (verminderen) sentar cabeza (emotioneel gedrag) serenarse (afkoelen) tranquilizar (kalmeren)

Portuguese Portuguese

abrandar-se (wind) acalmar (kalmeren, wind) acalmar-se (afkoelen) acostumar-se (emotioneel gedrag) ajustar-se (emotioneel gedrag) apaziguar (kalmeren) aplacar (kalmeren) aquietar (kalmeren) contentar (kalmeren) decrescer (verminderen) diminuir (verminderen, wind) encolher (verminderen) enfraquecer (verminderen) enxugar (verminderen) esfriar a cabeça (afkoelen) reduzir (verminderen)

Swedish Swedish

avta (verminderen, wind) bli lugn (afkoelen) blidka (kalmeren) dämpa (kalmeren) dö bort (wind) etablera sig (emotioneel gedrag) förminskas (verminderen) lugna (kalmeren) lugna ner sig (afkoelen) lägga sig (wind) minska (verminderen) minskas (verminderen) reducera (verminderen) reduceras (verminderen) skära ner (verminderen) tysta (kalmeren)


Verb forms of bedaren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bedarend und bedaard

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens bedaar bedaart bedaart bedaren bedaren bedaren
Imperfect bedaarde bedaarde bedaarde bedaarden bedaarden bedaarden
Toekomende tijd I zal bedaren zult bedaren zal bedaren zullen bedaren zullen bedaren zullen bedaren
Conditionalis I zou bedaren zou bedaren zou bedaren zouden bedaren zouden bedaren zouden bedaren
Perfectum heb bedaard hebt bedaard heeft bedaard hebben bedaard hebben bedaard hebben bedaard
Voltooid verleden tijd had bedaard had bedaard had bedaard hadden bedaard hadden bedaard hadden bedaard
Toekomende tijd II zal bedaard hebben zult bedaard hebben zal bedaard hebben zullen bedaard hebben zullen bedaard hebben zullen bedaard hebben
Conditionalis II zou hebben bedaard zou hebben bedaard zou hebben bedaard zouden hebben bedaard zouden hebben bedaard zouden hebben bedaard
Imperatief - bedaar - - bedaart -
translation - bedaren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000