Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch badderen in WikipediaSearch badderen in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch badderen has meanings

English

German

French

Italian

Spanish

Dutch

Portuguese

Swedish

Verb forms of badderen

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord badderend und gebadderd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens badder baddert baddert badderen badderen badderen
Imperfect badderde badderde badderde badderden badderden badderden
Toekomende tijd I zal badderen zult badderen zal badderen zullen badderen zullen badderen zullen badderen
Conditionalis I zou badderen zou badderen zou badderen zouden badderen zouden badderen zouden badderen
Perfectum heb gebadderd hebt gebadderd heeft gebadderd hebben gebadderd hebben gebadderd hebben gebadderd
Voltooid verleden tijd had gebadderd had gebadderd had gebadderd hadden gebadderd hadden gebadderd hadden gebadderd
Toekomende tijd II zal gebadderd hebben zult gebadderd hebben zal gebadderd hebben zullen gebadderd hebben zullen gebadderd hebben zullen gebadderd hebben
Conditionalis II zou hebben gebadderd zou hebben gebadderd zou hebben gebadderd zouden hebben gebadderd zouden hebben gebadderd zouden hebben gebadderd
Imperatief - badder - - baddert -

badderen - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish