search term:

assisteren

  has one meaning, one synonym group and 2 synonyms

Dutch Dutch

assisteren (helpen)

English English

aid (helpen) assist (helpen) help (helpen)

German German

Beistand leisten (helpen) assistieren (helpen) beistehen (helpen) helfen (helpen) unterstützen (helpen)

French French

aider (helpen) assister (helpen)

Italian Italian

aiutare (helpen) assistere (helpen)

Spanish Spanish

asistir (helpen) auxiliar (helpen) ayudar (helpen) socorrer (helpen)

Portuguese Portuguese

ajudar (helpen) socorrer (helpen)

Swedish Swedish

assistera (helpen) bistå (helpen) hjälpa (helpen) undsätta (helpen)


Verbformen von assisteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord assisterend und geassisteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens assisteer assisteert assisteert assisteren assisteren assisteren
Imperfect assisteerde assisteerde assisteerde assisteerden assisteerden assisteerden
Toekomende tijd I zal assisteren zult assisteren zal assisteren zullen assisteren zullen assisteren zullen assisteren
Conditionalis I zou assisteren zou assisteren zou assisteren zouden assisteren zouden assisteren zouden assisteren
Perfectum heb geassisteerd hebt geassisteerd heeft geassisteerd hebben geassisteerd hebben geassisteerd hebben geassisteerd
Voltooid verleden tijd had geassisteerd had geassisteerd had geassisteerd hadden geassisteerd hadden geassisteerd hadden geassisteerd
Toekomende tijd II zal geassisteerd hebben zult geassisteerd hebben zal geassisteerd hebben zullen geassisteerd hebben zullen geassisteerd hebben zullen geassisteerd hebben
Conditionalis II zou hebben geassisteerd zou hebben geassisteerd zou hebben geassisteerd zouden hebben geassisteerd zouden hebben geassisteerd zouden hebben geassisteerd
Imperatief - assisteer - - assisteert -
translation - assisteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000