Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch aprillen in WikipediaSearch aprillen in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch aprillen has meanings

English

German

French

Italian

Spanish

Dutch

Portuguese

Swedish

Verb forms of aprillen

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord aprillend und geaprild
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens april aprilt aprilt aprillen aprillen aprillen
Imperfect aprilde aprilde aprilde aprilden aprilden aprilden
Toekomende tijd I zal aprillen zult aprillen zal aprillen zullen aprillen zullen aprillen zullen aprillen
Conditionalis I zou aprillen zou aprillen zou aprillen zouden aprillen zouden aprillen zouden aprillen
Perfectum heb geaprild hebt geaprild heeft geaprild hebben geaprild hebben geaprild hebben geaprild
Voltooid verleden tijd had geaprild had geaprild had geaprild hadden geaprild hadden geaprild hadden geaprild
Toekomende tijd II zal geaprild hebben zult geaprild hebben zal geaprild hebben zullen geaprild hebben zullen geaprild hebben zullen geaprild hebben
Conditionalis II zou hebben geaprild zou hebben geaprild zou hebben geaprild zouden hebben geaprild zouden hebben geaprild zouden hebben geaprild
Imperatief - april - - aprilt -

aprillen - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish