Dutch Dutch

no translation found for apaiseren


Verb forms of apaiseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord apaiserend und geapaiseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens apaiseer apaiseert apaiseert apaiseren apaiseren apaiseren
Imperfect apaiseerde apaiseerde apaiseerde apaiseerden apaiseerden apaiseerden
Toekomende tijd I zal apaiseren zult apaiseren zal apaiseren zullen apaiseren zullen apaiseren zullen apaiseren
Conditionalis I zou apaiseren zou apaiseren zou apaiseren zouden apaiseren zouden apaiseren zouden apaiseren
Perfectum heb geapaiseerd hebt geapaiseerd heeft geapaiseerd hebben geapaiseerd hebben geapaiseerd hebben geapaiseerd
Voltooid verleden tijd had geapaiseerd had geapaiseerd had geapaiseerd hadden geapaiseerd hadden geapaiseerd hadden geapaiseerd
Toekomende tijd II zal geapaiseerd hebben zult geapaiseerd hebben zal geapaiseerd hebben zullen geapaiseerd hebben zullen geapaiseerd hebben zullen geapaiseerd hebben
Conditionalis II zou hebben geapaiseerd zou hebben geapaiseerd zou hebben geapaiseerd zouden hebben geapaiseerd zouden hebben geapaiseerd zouden hebben geapaiseerd
Imperatief - apaiseer - - apaiseert -
translation - apaiseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000