Dutch
Portuguese
Verb forms of antichambreren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | antichambrerend | und | geantichambreerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | antichambreer | antichambreert | antichambreert | antichambreren | antichambreren | antichambreren |
| Imperfect | antichambreerde | antichambreerde | antichambreerde | antichambreerden | antichambreerden | antichambreerden |
| Toekomende tijd I | zal antichambreren | zult antichambreren | zal antichambreren | zullen antichambreren | zullen antichambreren | zullen antichambreren |
| Conditionalis I | zou antichambreren | zou antichambreren | zou antichambreren | zouden antichambreren | zouden antichambreren | zouden antichambreren |
| Perfectum | heb geantichambreerd | hebt geantichambreerd | heeft geantichambreerd | hebben geantichambreerd | hebben geantichambreerd | hebben geantichambreerd |
| Voltooid verleden tijd | had geantichambreerd | had geantichambreerd | had geantichambreerd | hadden geantichambreerd | hadden geantichambreerd | hadden geantichambreerd |
| Toekomende tijd II | zal geantichambreerd hebben | zult geantichambreerd hebben | zal geantichambreerd hebben | zullen geantichambreerd hebben | zullen geantichambreerd hebben | zullen geantichambreerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geantichambreerd | zou hebben geantichambreerd | zou hebben geantichambreerd | zouden hebben geantichambreerd | zouden hebben geantichambreerd | zouden hebben geantichambreerd |
| Imperatief | - | antichambreer | - | - | antichambreert | - |
- anti-nucleair
- anti-onderzeeër-
- anti-transpiratiemiddel
- antibioticum
- antichambre
antichambreren
- anticipatie
- anticiperen
- anticlimax
- anticonceptie
- anticonceptiepil
- anticycloon
- antidateren
- antideeltje
- antidepressief
- antidotum
- antiek
- antigeen
- Antigua
- antiheld
- antihistaminicum
- antiklerikaal
- antiklopmiddel
- antilichaam
- antilogaritme
- antilope
- antimakassar
- antimonium
- antipathie
- antipathiek
- antipatiek

