Dutch
Portuguese
Verb forms of afzwieren
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afzwierend | und | afgezwierd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | zwier af | zwiert af | zwiert af | zwieren af | zwieren af | zwieren af |
| Imperfect | zwierde af | zwierde af | zwierde af | zwierden af | zwierden af | zwierden af |
| Toekomende tijd I | zal afzwieren | zult afzwieren | zal afzwieren | zullen afzwieren | zullen afzwieren | zullen afzwieren |
| Conditionalis I | zou afzwieren | zou afzwieren | zou afzwieren | zouden afzwieren | zouden afzwieren | zouden afzwieren |
| Perfectum | heb afgezwierd | hebt afgezwierd | heeft afgezwierd | hebben afgezwierd | hebben afgezwierd | hebben afgezwierd |
| Voltooid verleden tijd | had afgezwierd | had afgezwierd | had afgezwierd | hadden afgezwierd | hadden afgezwierd | hadden afgezwierd |
| Toekomende tijd II | zal afgezwierd hebben | zult afgezwierd hebben | zal afgezwierd hebben | zullen afgezwierd hebben | zullen afgezwierd hebben | zullen afgezwierd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgezwierd | zou hebben afgezwierd | zou hebben afgezwierd | zouden hebben afgezwierd | zouden hebben afgezwierd | zouden hebben afgezwierd |
| Imperatief | - | zwier af | - | - | zwiert af | - |
- afzwepen
- afzweren
- afzwering
- afzwerven
- afzweven
afzwieren
- afzwoegen
- agaat
- agar-agar
- agenda
- agenderen
- agens
- agent
- agente
- ageren
- ageren tegen
- ageren voor
- agglomeratie
- agglutinatie
- agglutineren
- aggregatie
- aggregeren
- agioteren
- agitatie
- agitator
- agiteren
- agnostica
- agnosticisme
- agnosticus
- agnostisch
- agorafobie

