search term:

afwijken

  has 4 meanings, one synonym group and 2 synonyms

Dutch Dutch

afwijken (mening, gedrag, afbuigen, verschillen)

English English

bend (afbuigen) deflect (afbuigen) deviate (gedrag) differ (mening, verschillen) diverge (mening) turn aside (afbuigen) vary (verschillen)

German German

abbiegen (afbuigen) ablenken (afbuigen) abweichen (gedrag, mening, verschillen) differenzieren (verschillen) divergieren (mening) sich unterscheiden (verschillen)

French French

différer (gedrag, mening, verschillen) diverger (gedrag, mening, verschillen) défléchir (afbuigen) détourner (afbuigen) dévier (gedrag, mening, verschillen) s'écarter (gedrag, mening, verschillen) se distinguer (gedrag, mening, verschillen) varier (gedrag, mening, verschillen) être différent (gedrag, mening, verschillen)

Italian Italian

allontanarsi (gedrag, mening, verschillen) deflettere (afbuigen) deviare (afbuigen, gedrag, mening, verschillen) differire (gedrag, mening, verschillen) divergere (gedrag, mening, verschillen) scostarsi (gedrag, mening, verschillen) variare (gedrag, mening, verschillen)

Spanish Spanish

apartarse (gedrag, mening, verschillen) combar (afbuigen) desviar (afbuigen) desviarse (gedrag, mening, verschillen) diferenciar (gedrag, mening, verschillen) variar (gedrag, mening, verschillen)

Portuguese Portuguese

arredar (afbuigen) desviar (afbuigen) desviar-se (gedrag, mening, verschillen) diferir (gedrag, mening, verschillen) divergir (gedrag, mening, verschillen) mudar de rota (afbuigen) opor-se (gedrag, mening, verschillen) ser diferente (gedrag, mening, verschillen) variar (gedrag, mening, verschillen)

Swedish Swedish

avleda (afbuigen) avvika (gedrag, mening, verschillen) böja av (afbuigen) divergera (gedrag, mening, verschillen) skilja sig (gedrag, mening, verschillen) vara olik (gedrag, mening, verschillen) vika av (afbuigen)


Verb forms of afwijken

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afwijkend und afgeweken

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens wijk af wijkt af wijkt af wijken af wijken af wijken af
Imperfect week af week af week af weken af weken af weken af
Toekomende tijd I zal afwijken zult afwijken zal afwijken zullen afwijken zullen afwijken zullen afwijken
Conditionalis I zou afwijken zou afwijken zou afwijken zouden afwijken zouden afwijken zouden afwijken
Perfectum ben afgeweken bent afgeweken is afgeweken zijn afgeweken zijn afgeweken zijn afgeweken
Voltooid verleden tijd was afgeweken was afgeweken was afgeweken waren afgeweken waren afgeweken waren afgeweken
Toekomende tijd II zal afgeweken zijn zult afgeweken zijn zal afgeweken zijn zullen afgeweken zijn zullen afgeweken zijn zullen afgeweken zijn
Conditionalis II zou zijn afgeweken zou zijn afgeweken zou zijn afgeweken zouden zijn afgeweken zouden zijn afgeweken zouden zijn afgeweken
Imperatief - wijk af - - wijkt af -
translation - afwijken translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000