afwentelen
has one meaning, one synonym group and one synonym
Dutch
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of afwentelen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afwentelend | und | afgewenteld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | wentel af | wentelt af | wentelt af | wentelen af | wentelen af | wentelen af |
| Imperfect | wentelde af | wentelde af | wentelde af | wentelden af | wentelden af | wentelden af |
| Toekomende tijd I | zal afwentelen | zult afwentelen | zal afwentelen | zullen afwentelen | zullen afwentelen | zullen afwentelen |
| Conditionalis I | zou afwentelen | zou afwentelen | zou afwentelen | zouden afwentelen | zouden afwentelen | zouden afwentelen |
| Perfectum | heb afgewenteld | hebt afgewenteld | heeft afgewenteld | hebben afgewenteld | hebben afgewenteld | hebben afgewenteld |
| Voltooid verleden tijd | had afgewenteld | had afgewenteld | had afgewenteld | hadden afgewenteld | hadden afgewenteld | hadden afgewenteld |
| Toekomende tijd II | zal afgewenteld hebben | zult afgewenteld hebben | zal afgewenteld hebben | zullen afgewenteld hebben | zullen afgewenteld hebben | zullen afgewenteld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgewenteld | zou hebben afgewenteld | zou hebben afgewenteld | zouden hebben afgewenteld | zouden hebben afgewenteld | zouden hebben afgewenteld |
| Imperatief | - | wentel af | - | - | wentelt af | - |
synonyms for afwentelen
- afweken
- afwendbaar
- afwenden
- afwenken
- afwennen
afwentelen
- afwentelen op
- afwentelen van
- afweren
- afwerend
- afwering
- afwerken
- afwerker
- afwerking
- afwerpen
- afwezig
- afwezige
- afwezigheid
- afwijken
- afwijken van
- afwijkend
- afwijking
- afwijzen
- afwijzend
- afwijzing
- afwikkelen
- afwimpelen
- afwinden
- afwinnen
- afwippen
- afwisselen

