search term:

afwegen

  has 3 meanings, one synonym group and 3 synonyms

Dutch Dutch

afwegen (vergelijken, gewicht, beslissing)

English English

reflect on (beslissing) reflect upon (beslissing) think over (beslissing) weigh (beslissing) weigh out (gewicht) weigh up (vergelijken)

German German

abwiegen (gewicht) abwägen (beslissing, vergelijken) nachdenken über (beslissing)

French French

balancer (beslissing, vergelijken) considérer (beslissing, vergelijken) examiner attentivement (beslissing) peser (beslissing, gewicht, vergelijken) songer (beslissing, vergelijken)

Italian Italian

considerare (beslissing) pensare (beslissing, vergelijken) pesare (gewicht) riflettere (beslissing, vergelijken) riflettere su (beslissing) soppesare (beslissing, vergelijken)

Spanish Spanish

cargar (gewicht) considerar (beslissing) examinar detenidamente (beslissing) pesar (beslissing, vergelijken) reconsiderar (beslissing, vergelijken) reflexionar (beslissing, vergelijken)

Portuguese Portuguese

considerar (beslissing, vergelijken) pensar (beslissing, vergelijken) pesar (beslissing, gewicht, vergelijken) ponderar (beslissing, vergelijken) refletir (beslissing, vergelijken) refletir sobre (beslissing)

Swedish Swedish

fundera på (beslissing, vergelijken) tänka på (beslissing) tänka över (beslissing, vergelijken) väga upp (gewicht) överväga (beslissing, vergelijken)


Verb forms of afwegen

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afwegend und afgewogen

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens weeg af weegt af weegt af wegen af wegen af wegen af
Imperfect woog af woog af woog af wogen af wogen af wogen af
Toekomende tijd I zal afwegen zult afwegen zal afwegen zullen afwegen zullen afwegen zullen afwegen
Conditionalis I zou afwegen zou afwegen zou afwegen zouden afwegen zouden afwegen zouden afwegen
Perfectum heb afgewogen hebt afgewogen heeft afgewogen hebben afgewogen hebben afgewogen hebben afgewogen
Voltooid verleden tijd had afgewogen had afgewogen had afgewogen hadden afgewogen hadden afgewogen hadden afgewogen
Toekomende tijd II zal afgewogen hebben zult afgewogen hebben zal afgewogen hebben zullen afgewogen hebben zullen afgewogen hebben zullen afgewogen hebben
Conditionalis II zou hebben afgewogen zou hebben afgewogen zou hebben afgewogen zouden hebben afgewogen zouden hebben afgewogen zouden hebben afgewogen
Imperatief - weeg af - - weegt af -
translation - afwegen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000