afwegen
has 3 meanings, one synonym group and 3 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of afwegen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afwegend | und | afgewogen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | weeg af | weegt af | weegt af | wegen af | wegen af | wegen af |
| Imperfect | woog af | woog af | woog af | wogen af | wogen af | wogen af |
| Toekomende tijd I | zal afwegen | zult afwegen | zal afwegen | zullen afwegen | zullen afwegen | zullen afwegen |
| Conditionalis I | zou afwegen | zou afwegen | zou afwegen | zouden afwegen | zouden afwegen | zouden afwegen |
| Perfectum | heb afgewogen | hebt afgewogen | heeft afgewogen | hebben afgewogen | hebben afgewogen | hebben afgewogen |
| Voltooid verleden tijd | had afgewogen | had afgewogen | had afgewogen | hadden afgewogen | hadden afgewogen | hadden afgewogen |
| Toekomende tijd II | zal afgewogen hebben | zult afgewogen hebben | zal afgewogen hebben | zullen afgewogen hebben | zullen afgewogen hebben | zullen afgewogen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgewogen | zou hebben afgewogen | zou hebben afgewogen | zouden hebben afgewogen | zouden hebben afgewogen | zouden hebben afgewogen |
| Imperatief | - | weeg af | - | - | weegt af | - |
synonyms for afwegen
- afwateringsreservoir
- afweer
- afweergeschut
- afweerstelsel
- afweerstof
afwegen
- afwegen tegen
- afweiden
- afweken
- afwendbaar
- afwenden
- afwenken
- afwennen
- afwentelen
- afwentelen op
- afwentelen van
- afweren
- afwerend
- afwering
- afwerken
- afwerker
- afwerking
- afwerpen
- afwezig
- afwezige
- afwezigheid
- afwijken
- afwijken van
- afwijkend
- afwijking
- afwijzen

