Dutch
Portuguese
Verb forms of afwaarderen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afwaarderend | und | afgewaardeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | waardeer af | waardeert af | waardeert af | waarderen af | waarderen af | waarderen af |
| Imperfect | waardeerde af | waardeerde af | waardeerde af | waardeerden af | waardeerden af | waardeerden af |
| Toekomende tijd I | zal afwaarderen | zult afwaarderen | zal afwaarderen | zullen afwaarderen | zullen afwaarderen | zullen afwaarderen |
| Conditionalis I | zou afwaarderen | zou afwaarderen | zou afwaarderen | zouden afwaarderen | zouden afwaarderen | zouden afwaarderen |
| Perfectum | heb afgewaardeerd | hebt afgewaardeerd | heeft afgewaardeerd | hebben afgewaardeerd | hebben afgewaardeerd | hebben afgewaardeerd |
| Voltooid verleden tijd | had afgewaardeerd | had afgewaardeerd | had afgewaardeerd | hadden afgewaardeerd | hadden afgewaardeerd | hadden afgewaardeerd |
| Toekomende tijd II | zal afgewaardeerd hebben | zult afgewaardeerd hebben | zal afgewaardeerd hebben | zullen afgewaardeerd hebben | zullen afgewaardeerd hebben | zullen afgewaardeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgewaardeerd | zou hebben afgewaardeerd | zou hebben afgewaardeerd | zouden hebben afgewaardeerd | zouden hebben afgewaardeerd | zouden hebben afgewaardeerd |
| Imperatief | - | waardeer af | - | - | waardeert af | - |
- afvriezen
- afvrijen
- afvullen
- afvuren
- afwaaien
afwaarderen
- afwachten
- afwaggelen
- afwandelen
- afwas
- afwassen
- afwaswater
- afwateren
- afwatering
- afwateringsreservoir
- afweer
- afweergeschut
- afweerstelsel
- afweerstof
- afwegen
- afwegen tegen
- afweiden
- afweken
- afwendbaar
- afwenden
- afwenken
- afwennen
- afwentelen
- afwentelen op
- afwentelen van
- afweren

