Dutch
Portuguese
Verb forms of afvorderen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afvorderend | und | afgevorderd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vorder af | vordert af | vordert af | vorderen af | vorderen af | vorderen af |
| Imperfect | vorderde af | vorderde af | vorderde af | vorderden af | vorderden af | vorderden af |
| Toekomende tijd I | zal afvorderen | zult afvorderen | zal afvorderen | zullen afvorderen | zullen afvorderen | zullen afvorderen |
| Conditionalis I | zou afvorderen | zou afvorderen | zou afvorderen | zouden afvorderen | zouden afvorderen | zouden afvorderen |
| Perfectum | heb afgevorderd | hebt afgevorderd | heeft afgevorderd | hebben afgevorderd | hebben afgevorderd | hebben afgevorderd |
| Voltooid verleden tijd | had afgevorderd | had afgevorderd | had afgevorderd | hadden afgevorderd | hadden afgevorderd | hadden afgevorderd |
| Toekomende tijd II | zal afgevorderd hebben | zult afgevorderd hebben | zal afgevorderd hebben | zullen afgevorderd hebben | zullen afgevorderd hebben | zullen afgevorderd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgevorderd | zou hebben afgevorderd | zou hebben afgevorderd | zouden hebben afgevorderd | zouden hebben afgevorderd | zouden hebben afgevorderd |
| Imperatief | - | vorder af | - | - | vordert af | - |
- afvoeren
- afvoerkanaal
- afvoerontstopper
- afvoerpijp
- afvoerriool
afvorderen
- afvormen
- afvragen
- afvreten
- afvriezen
- afvrijen
- afvullen
- afvuren
- afwaaien
- afwaarderen
- afwachten
- afwaggelen
- afwandelen
- afwas
- afwassen
- afwaswater
- afwateren
- afwatering
- afwateringsreservoir
- afweer
- afweergeschut
- afweerstelsel
- afweerstof
- afwegen
- afwegen tegen
- afweiden

