afslijten
has 3 meanings, 2 synonym groups and 4 synonyms
Dutch
English
German
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of afslijten
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afslijtend | und | afgesleten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | slijt af | slijt af | slijt af | slijten af | slijten af | slijten af |
| Imperfect | sleet af | sleet af | sleet af | sleten af | sleten af | sleten af |
| Toekomende tijd I | zal afslijten | zult afslijten | zal afslijten | zullen afslijten | zullen afslijten | zullen afslijten |
| Conditionalis I | zou afslijten | zou afslijten | zou afslijten | zouden afslijten | zouden afslijten | zouden afslijten |
| Perfectum | heb afgesleten | hebt afgesleten | heeft afgesleten | hebben afgesleten | hebben afgesleten | hebben afgesleten |
| Voltooid verleden tijd | had afgesleten | had afgesleten | had afgesleten | hadden afgesleten | hadden afgesleten | hadden afgesleten |
| Toekomende tijd II | zal afgesleten hebben | zult afgesleten hebben | zal afgesleten hebben | zullen afgesleten hebben | zullen afgesleten hebben | zullen afgesleten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgesleten | zou hebben afgesleten | zou hebben afgesleten | zouden hebben afgesleten | zouden hebben afgesleten | zouden hebben afgesleten |
| Imperatief | - | slijt af | - | - | slijt af | - |
synonyms for afslijten
- afsleuren
- afslibben
- afslibberen
- afslieren
- afslijpen
afslijten
- afslijting
- afslingeren
- afslippen
- afsloffen
- afslonzen
- afslopen
- afslorpen
- afsloten
- afsloven
- afsluipen
- afsluiten
- afslurpen
- afsmakken
- afsmeden
- afsmeken
- afsmelten
- afsmeren
- afsmetten
- afsmijten
- afsnauwen
- afsnellen
- afsnijden
- afsnijden van
- afsnijding
- afsnipperen

