Dutch Dutch

no translation found for afratelen


Verb forms of afratelen

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afratelend und afgerateld

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens ratel af ratelt af ratelt af ratelen af ratelen af ratelen af
Imperfect ratelde af ratelde af ratelde af ratelden af ratelden af ratelden af
Toekomende tijd I zal afratelen zult afratelen zal afratelen zullen afratelen zullen afratelen zullen afratelen
Conditionalis I zou afratelen zou afratelen zou afratelen zouden afratelen zouden afratelen zouden afratelen
Perfectum heb afgerateld hebt afgerateld heeft afgerateld hebben afgerateld hebben afgerateld hebben afgerateld
Voltooid verleden tijd had afgerateld had afgerateld had afgerateld hadden afgerateld hadden afgerateld hadden afgerateld
Toekomende tijd II zal afgerateld hebben zult afgerateld hebben zal afgerateld hebben zullen afgerateld hebben zullen afgerateld hebben zullen afgerateld hebben
Conditionalis II zou hebben afgerateld zou hebben afgerateld zou hebben afgerateld zouden hebben afgerateld zouden hebben afgerateld zouden hebben afgerateld
Imperatief - ratel af - - ratelt af -
translation - afratelen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000