afpeigeren
has, one synonym group and 2 synonyms
Dutch
Portuguese
Verb forms of afpeigeren
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afpeigerend | und | afgepeigerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | peiger af | peigert af | peigert af | peigeren af | peigeren af | peigeren af |
| Imperfect | peigerde af | peigerde af | peigerde af | peigerden af | peigerden af | peigerden af |
| Toekomende tijd I | zal afpeigeren | zult afpeigeren | zal afpeigeren | zullen afpeigeren | zullen afpeigeren | zullen afpeigeren |
| Conditionalis I | zou afpeigeren | zou afpeigeren | zou afpeigeren | zouden afpeigeren | zouden afpeigeren | zouden afpeigeren |
| Perfectum | heb afgepeigerd | hebt afgepeigerd | heeft afgepeigerd | hebben afgepeigerd | hebben afgepeigerd | hebben afgepeigerd |
| Voltooid verleden tijd | had afgepeigerd | had afgepeigerd | had afgepeigerd | hadden afgepeigerd | hadden afgepeigerd | hadden afgepeigerd |
| Toekomende tijd II | zal afgepeigerd hebben | zult afgepeigerd hebben | zal afgepeigerd hebben | zullen afgepeigerd hebben | zullen afgepeigerd hebben | zullen afgepeigerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgepeigerd | zou hebben afgepeigerd | zou hebben afgepeigerd | zouden hebben afgepeigerd | zouden hebben afgepeigerd | zouden hebben afgepeigerd |
| Imperatief | - | peiger af | - | - | peigert af | - |
synonyms for afpeigeren
- afpakken
- afpalen
- afpanden
- afpassen
- afpeddelen
afpeigeren
- afpeilen
- afpeinzen
- afpelen
- afpellen
- afpennen
- afperken
- afpersen
- afperser
- afpersing
- afpersster
- afpeuteren
- afpeuzelen
- afpijnen
- afpijnigen
- afpikken
- afpingelen
- afpitsen
- afplaggen
- afplakband
- afplakken
- afplatten
- afpleiten
- afplekken
- afpletten
- afploegen

