afmeten
has one meaning, 4 synonym groups and 5 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of afmeten
| irr. | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afmetend | und | afgemeten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | meet af | meet af | meet af | meten af | meten af | meten af |
| Imperfect | mat af | mat af | mat af | maten af | maten af | maten af |
| Toekomende tijd I | zal afmeten | zult afmeten | zal afmeten | zullen afmeten | zullen afmeten | zullen afmeten |
| Conditionalis I | zou afmeten | zou afmeten | zou afmeten | zouden afmeten | zouden afmeten | zouden afmeten |
| Perfectum | heb afgemeten | hebt afgemeten | heeft afgemeten | hebben afgemeten | hebben afgemeten | hebben afgemeten |
| Voltooid verleden tijd | had afgemeten | had afgemeten | had afgemeten | hadden afgemeten | hadden afgemeten | hadden afgemeten |
| Toekomende tijd II | zal afgemeten hebben | zult afgemeten hebben | zal afgemeten hebben | zullen afgemeten hebben | zullen afgemeten hebben | zullen afgemeten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgemeten | zou hebben afgemeten | zou hebben afgemeten | zouden hebben afgemeten | zouden hebben afgemeten | zouden hebben afgemeten |
| Imperatief | - | meet af | - | - | meet af | - |
synonyms for afmeten
opmeten
beoordelen
beoordelen [v]
afpassen
afpassen [v]
bepalen
toemeten, vaststellen
All Synonyms for afmeten

