Dutch Dutch

no translation found for afkommanderen


Verb forms of afkommanderen

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afkommanderend und afgekommandeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kommandeer af kommandeert af kommandeert af kommanderen af kommanderen af kommanderen af
Imperfect kommandeerde af kommandeerde af kommandeerde af kommandeerden af kommandeerden af kommandeerden af
Toekomende tijd I zal afkommanderen zult afkommanderen zal afkommanderen zullen afkommanderen zullen afkommanderen zullen afkommanderen
Conditionalis I zou afkommanderen zou afkommanderen zou afkommanderen zouden afkommanderen zouden afkommanderen zouden afkommanderen
Perfectum heb afgekommandeerd hebt afgekommandeerd heeft afgekommandeerd hebben afgekommandeerd hebben afgekommandeerd hebben afgekommandeerd
Voltooid verleden tijd had afgekommandeerd had afgekommandeerd had afgekommandeerd hadden afgekommandeerd hadden afgekommandeerd hadden afgekommandeerd
Toekomende tijd II zal afgekommandeerd hebben zult afgekommandeerd hebben zal afgekommandeerd hebben zullen afgekommandeerd hebben zullen afgekommandeerd hebben zullen afgekommandeerd hebben
Conditionalis II zou hebben afgekommandeerd zou hebben afgekommandeerd zou hebben afgekommandeerd zouden hebben afgekommandeerd zouden hebben afgekommandeerd zouden hebben afgekommandeerd
Imperatief - kommandeer af - - kommandeert af -
translation - afkommanderen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000