search term:

afkomen

  has 2 meanings

Dutch Dutch

afkomen (trap, berg)

English English

come down (berg, trap) descend (berg, trap)

German German

French French

descendre (berg, trap)

Italian Italian

scendere (trap) scendere da (berg) venire giù da (berg)

Spanish Spanish

bajar (berg, trap) descender (berg, trap)

Portuguese Portuguese

descer (berg, trap)

Swedish Swedish

gå ned (berg, trap) gå ner (berg, trap)


Verb forms of afkomen

irr. af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afkomend und afgekomen

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kom af komt af komt af komen af komen af komen af
Imperfect kwam af kwam af kwam af kwamen af kwamen af kwamen af
Toekomende tijd I zal afkomen zult afkomen zal afkomen zullen afkomen zullen afkomen zullen afkomen
Conditionalis I zou afkomen zou afkomen zou afkomen zouden afkomen zouden afkomen zouden afkomen
Perfectum ben afgekomen bent afgekomen is afgekomen zijn afgekomen zijn afgekomen zijn afgekomen
Voltooid verleden tijd was afgekomen was afgekomen was afgekomen waren afgekomen waren afgekomen waren afgekomen
Toekomende tijd II zal afgekomen zijn zult afgekomen zijn zal afgekomen zijn zullen afgekomen zijn zullen afgekomen zijn zullen afgekomen zijn
Conditionalis II zou zijn afgekomen zou zijn afgekomen zou zijn afgekomen zouden zijn afgekomen zouden zijn afgekomen zouden zijn afgekomen
Imperatief - kom af - - komt af -
translation - afkomen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000