afkoelen
has 3 meanings, 2 synonym groups and 3 synonyms
Dutch
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of afkoelen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afkoelend | und | afgekoeld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | koel af | koelt af | koelt af | koelen af | koelen af | koelen af |
| Imperfect | koelde af | koelde af | koelde af | koelden af | koelden af | koelden af |
| Toekomende tijd I | zal afkoelen | zult afkoelen | zal afkoelen | zullen afkoelen | zullen afkoelen | zullen afkoelen |
| Conditionalis I | zou afkoelen | zou afkoelen | zou afkoelen | zouden afkoelen | zouden afkoelen | zouden afkoelen |
| Perfectum | heb afgekoeld | hebt afgekoeld | heeft afgekoeld | hebben afgekoeld | hebben afgekoeld | hebben afgekoeld |
| Voltooid verleden tijd | had afgekoeld | had afgekoeld | had afgekoeld | hadden afgekoeld | hadden afgekoeld | hadden afgekoeld |
| Toekomende tijd II | zal afgekoeld hebben | zult afgekoeld hebben | zal afgekoeld hebben | zullen afgekoeld hebben | zullen afgekoeld hebben | zullen afgekoeld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgekoeld | zou hebben afgekoeld | zou hebben afgekoeld | zouden hebben afgekoeld | zouden hebben afgekoeld | zouden hebben afgekoeld |
| Imperatief | - | koel af | - | - | koelt af | - |
synonyms for afkoelen
- afknoeien
- afknopen
- afknotten
- afknuppelen
- afknutselen
afkoelen
- afkoelend
- afkoken
- afkolven
- afkomen
- afkomen op
- afkomen van
- afkommanderen
- afkomst
- afkomstig uit
- afkomstig van
- afkomstig zijn van
- afkondigen
- afkondiging
- afkonkluderen
- afkooksel
- afkopen
- afkoppelen
- afkorsten
- afkorten
- afkorting
- afkrabbelen
- afkrabben
- afkraken
- afkrassen
- afkrijgen

