afknippen
has 2 meaningsVerb forms of afknippen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afknippend | und | afgeknipt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | knip af | knipt af | knipt af | knippen af | knippen af | knippen af |
| Imperfect | knipte af | knipte af | knipte af | knipten af | knipten af | knipten af |
| Toekomende tijd I | zal afknippen | zult afknippen | zal afknippen | zullen afknippen | zullen afknippen | zullen afknippen |
| Conditionalis I | zou afknippen | zou afknippen | zou afknippen | zouden afknippen | zouden afknippen | zouden afknippen |
| Perfectum | heb afgeknipt | hebt afgeknipt | heeft afgeknipt | hebben afgeknipt | hebben afgeknipt | hebben afgeknipt |
| Voltooid verleden tijd | had afgeknipt | had afgeknipt | had afgeknipt | hadden afgeknipt | hadden afgeknipt | hadden afgeknipt |
| Toekomende tijd II | zal afgeknipt hebben | zult afgeknipt hebben | zal afgeknipt hebben | zullen afgeknipt hebben | zullen afgeknipt hebben | zullen afgeknipt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgeknipt | zou hebben afgeknipt | zou hebben afgeknipt | zouden hebben afgeknipt | zouden hebben afgeknipt | zouden hebben afgeknipt |
| Imperatief | - | knip af | - | - | knipt af | - |
- afknauwen
- afknellen
- afknevelen
- afknibbelen
- afknijpen
afknippen
- afknoeien
- afknopen
- afknotten
- afknuppelen
- afknutselen
- afkoelen
- afkoelend
- afkoken
- afkolven
- afkomen
- afkomen op
- afkomen van
- afkommanderen
- afkomst
- afkomstig uit
- afkomstig van
- afkomstig zijn van
- afkondigen
- afkondiging
- afkonkluderen
- afkooksel
- afkopen
- afkoppelen
- afkorsten
- afkorten

