Dutch
Portuguese
Verb forms of afkerven
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afkervend | und | afgekerfd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | kerf af | kerft af | kerft af | kerven af | kerven af | kerven af |
| Imperfect | kerfde af | kerfde af | kerfde af | kerfden af | kerfden af | kerfden af |
| Toekomende tijd I | zal afkerven | zult afkerven | zal afkerven | zullen afkerven | zullen afkerven | zullen afkerven |
| Conditionalis I | zou afkerven | zou afkerven | zou afkerven | zouden afkerven | zouden afkerven | zouden afkerven |
| Perfectum | heb afgekerfd | hebt afgekerfd | heeft afgekerfd | hebben afgekerfd | hebben afgekerfd | hebben afgekerfd |
| Voltooid verleden tijd | had afgekerfd | had afgekerfd | had afgekerfd | hadden afgekerfd | hadden afgekerfd | hadden afgekerfd |
| Toekomende tijd II | zal afgekerfd hebben | zult afgekerfd hebben | zal afgekerfd hebben | zullen afgekerfd hebben | zullen afgekerfd hebben | zullen afgekerfd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgekerfd | zou hebben afgekerfd | zou hebben afgekerfd | zouden hebben afgekerfd | zouden hebben afgekerfd | zouden hebben afgekerfd |
| Imperatief | - | kerf af | - | - | kerft af | - |
- afkeer opwekken bij
- afkeerwekkend
- afkeren
- afkerig
- afkerig van
afkerven
- afketsen
- afkeuren
- afkeurend
- afkeurend staan tegenover
- afkeurenswaard
- afkeurenswaardig
- afkeuring
- afkicken
- afkiezen
- afkijken
- afkijken van
- afkisten
- afkladden
- afklappen
- afklaren
- afkleden
- afklemmen
- afkletsen
- afklimmen
- afklinken
- afklokken
- afkloppen
- afkluiven
- afknabbelen
- afknagen

