afgrendelen
has, 2 synonym groups and 12 synonyms
Dutch
Portuguese
Verb forms of afgrendelen
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afgrendelend | und | afgegrendeld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | grendel af | grendelt af | grendelt af | grendelen af | grendelen af | grendelen af |
| Imperfect | grendelde af | grendelde af | grendelde af | grendelden af | grendelden af | grendelden af |
| Toekomende tijd I | zal afgrendelen | zult afgrendelen | zal afgrendelen | zullen afgrendelen | zullen afgrendelen | zullen afgrendelen |
| Conditionalis I | zou afgrendelen | zou afgrendelen | zou afgrendelen | zouden afgrendelen | zouden afgrendelen | zouden afgrendelen |
| Perfectum | heb afgegrendeld | hebt afgegrendeld | heeft afgegrendeld | hebben afgegrendeld | hebben afgegrendeld | hebben afgegrendeld |
| Voltooid verleden tijd | had afgegrendeld | had afgegrendeld | had afgegrendeld | hadden afgegrendeld | hadden afgegrendeld | hadden afgegrendeld |
| Toekomende tijd II | zal afgegrendeld hebben | zult afgegrendeld hebben | zal afgegrendeld hebben | zullen afgegrendeld hebben | zullen afgegrendeld hebben | zullen afgegrendeld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgegrendeld | zou hebben afgegrendeld | zou hebben afgegrendeld | zouden hebben afgegrendeld | zouden hebben afgegrendeld | zouden hebben afgegrendeld |
| Imperatief | - | grendel af | - | - | grendelt af | - |
synonyms for afgrendelen
afzetten, barricaderen, blokkeren, versperren
dichtdoen
dichtdraaien, dichtklappen, dichtknijpen, dichtmaken, dichtslaan, dichtsmijten, sluiten, vergrendelen
All Synonyms for afgrendelen
- afgooien
- afgorden
- afgrauwen
- afgraven
- afgrazen
afgrendelen
- afgrenzen
- afgreppelen
- afgrijselijk
- afgrijselijkheid
- afgrijzen
- afgrissen
- afgrond
- afgronden
- afgunst
- afgunstig
- afgunstig zijn
- afgutsen
- afhaalmaaltijd
- afhaalrestaurant
- afhaken
- afhakken
- afhalen
- afhameren
- afhandelen
- afhandig maken
- afhangen
- afhangen van
- afhangend
- afhankelijk
- afhankelijk van

