afgaan
has 5 meanings, 4 synonym groups and 5 synonyms
Dutch
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of afgaan
| irr. | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afgaand | und | afgegaan |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ga af | gaat af | gaat af | gaan af | gaan af | gaan af |
| Imperfect | ging af | ging af | ging af | gingen af | gingen af | gingen af |
| Toekomende tijd I | zal afgaan | zult afgaan | zal afgaan | zullen afgaan | zullen afgaan | zullen afgaan |
| Conditionalis I | zou afgaan | zou afgaan | zou afgaan | zouden afgaan | zouden afgaan | zouden afgaan |
| Perfectum | ben afgegaan | bent afgegaan | is afgegaan | zijn afgegaan | zijn afgegaan | zijn afgegaan |
| Voltooid verleden tijd | was afgegaan | was afgegaan | was afgegaan | waren afgegaan | waren afgegaan | waren afgegaan |
| Toekomende tijd II | zal afgegaan zijn | zult afgegaan zijn | zal afgegaan zijn | zullen afgegaan zijn | zullen afgegaan zijn | zullen afgegaan zijn |
| Conditionalis II | zou zijn afgegaan | zou zijn afgegaan | zou zijn afgegaan | zouden zijn afgegaan | zouden zijn afgegaan | zouden zijn afgegaan |
| Imperatief | - | ga af | - | - | gaat af | - |
synonyms for afgaan
aflopen, afzakken
afstappen
toegaan
verlaten
weggaan
zich blameren
zich blameren [v]
All Synonyms for afgaan
- affirmeren
- affix
- affluiten
- affronteren
- affutselen
afgaan
- afgebeuld
- afgebroken
- afgebrokkeld
- afgedankt worden
- afgedragen
- afgedwongen
- afgekant
- afgelasten
- afgelasting
- afgelegen
- afgelegen plaats
- afgeleid van
- afgeleide functie
- afgemaakt met
- afgemat
- afgematheid
- afgemeten
- afgepeigerd
- afgeranseld
- afgeren
- afgericht
- afgerond
- afgeroomde melk
- afgeschaafde plek
- afgeschrevene

