Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch affirmeren in WikipediaSearch affirmeren in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch affirmeren has 2 meanings

English

  • affirm Info 
  • confirm Info 

German

  • affirmieren Info
  • bestätigen Info
  • beteuern Info
  • versichern Info

French

  • affirmer Info 
  • confirmer Info 
  • corroborer Info 
  • maintenir Info 
  • soutenir Info 

Italian

  • affermare Info
  • confermare Info
  • convalidare Info
  • dichiarare Info

Spanish

  • afirmar Info
  • alegar Info
  • certificar Info
  • confirmar Info
  • declarar Info
  • mantener Info
  • sostener Info 

Dutch

  • affirmeren
    • antwoord
    • waarheid

Portuguese

  • afirmar Info
  • confirmar Info

Swedish

  • affirmera Info
  • bedyra Info
  • bekräfta Info
  • försäkra Info
  • intyga Info

Verb forms of affirmeren

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord affirmerend und geaffirmeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens affirmeer affirmeert affirmeert affirmeren affirmeren affirmeren
Imperfect affirmeerde affirmeerde affirmeerde affirmeerden affirmeerden affirmeerden
Toekomende tijd I zal affirmeren zult affirmeren zal affirmeren zullen affirmeren zullen affirmeren zullen affirmeren
Conditionalis I zou affirmeren zou affirmeren zou affirmeren zouden affirmeren zouden affirmeren zouden affirmeren
Perfectum heb geaffirmeerd hebt geaffirmeerd heeft geaffirmeerd hebben geaffirmeerd hebben geaffirmeerd hebben geaffirmeerd
Voltooid verleden tijd had geaffirmeerd had geaffirmeerd had geaffirmeerd hadden geaffirmeerd hadden geaffirmeerd hadden geaffirmeerd
Toekomende tijd II zal geaffirmeerd hebben zult geaffirmeerd hebben zal geaffirmeerd hebben zullen geaffirmeerd hebben zullen geaffirmeerd hebben zullen geaffirmeerd hebben
Conditionalis II zou hebben geaffirmeerd zou hebben geaffirmeerd zou hebben geaffirmeerd zouden hebben geaffirmeerd zouden hebben geaffirmeerd zouden hebben geaffirmeerd
Imperatief - affirmeer - - affirmeert -

affirmeren - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish