afboeken
has, 3 synonym groups and 3 synonyms
Dutch
Portuguese
Verb forms of afboeken
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afboekend | und | afgeboekt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | boek af | boekt af | boekt af | boeken af | boeken af | boeken af |
| Imperfect | boekte af | boekte af | boekte af | boekten af | boekten af | boekten af |
| Toekomende tijd I | zal afboeken | zult afboeken | zal afboeken | zullen afboeken | zullen afboeken | zullen afboeken |
| Conditionalis I | zou afboeken | zou afboeken | zou afboeken | zouden afboeken | zouden afboeken | zouden afboeken |
| Perfectum | heb afgeboekt | hebt afgeboekt | heeft afgeboekt | hebben afgeboekt | hebben afgeboekt | hebben afgeboekt |
| Voltooid verleden tijd | had afgeboekt | had afgeboekt | had afgeboekt | hadden afgeboekt | hadden afgeboekt | hadden afgeboekt |
| Toekomende tijd II | zal afgeboekt hebben | zult afgeboekt hebben | zal afgeboekt hebben | zullen afgeboekt hebben | zullen afgeboekt hebben | zullen afgeboekt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgeboekt | zou hebben afgeboekt | zou hebben afgeboekt | zouden hebben afgeboekt | zouden hebben afgeboekt | zouden hebben afgeboekt |
| Imperatief | - | boek af | - | - | boekt af | - |
synonyms for afboeken
- afbliksemen
- afblokken
- afblotten
- afbluffen
- afblussen
afboeken
- afboenen
- afboeten
- afbollen
- afbomen
- afbonken
- afbonzen
- afborstelen
- afbottelen
- afbouwen
- afbraak
- afbramen
- afbranden
- afbrassen
- afbreien
- afbreken
- afbrekend
- afbrengen
- afbrengen van
- afbreuk
- afbreuk doen aan
- afbrijnen
- afbroddelen
- afbrokkelen
- afbuigen
- afbuitelen

