afbetaling
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
- afbellen
- afbenen
- afbestellen
- afbestelling
- afbetalen
afbetaling
- afbetten
- afbeulen
- afbidden
- afbieden
- afbietsen
- afbiezen
- afbijten
- afbikken
- afbiljoenen
- afbinden
- afbladderen
- afbladen
- afbladeren
- afblaffen
- afblaren
- afblazen
- afblijven
- afbliksemen
- afblokken
- afblotten
- afbluffen
- afblussen
- afboeken
- afboenen
- afboeten

