afbekken
has, 2 synonym groups and 2 synonyms
Dutch
Portuguese
Verb forms of afbekken
| - | af | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | afbekkend | und | afgebekt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bek af | bekt af | bekt af | bekken af | bekken af | bekken af |
| Imperfect | bekte af | bekte af | bekte af | bekten af | bekten af | bekten af |
| Toekomende tijd I | zal afbekken | zult afbekken | zal afbekken | zullen afbekken | zullen afbekken | zullen afbekken |
| Conditionalis I | zou afbekken | zou afbekken | zou afbekken | zouden afbekken | zouden afbekken | zouden afbekken |
| Perfectum | heb afgebekt | hebt afgebekt | heeft afgebekt | hebben afgebekt | hebben afgebekt | hebben afgebekt |
| Voltooid verleden tijd | had afgebekt | had afgebekt | had afgebekt | hadden afgebekt | hadden afgebekt | hadden afgebekt |
| Toekomende tijd II | zal afgebekt hebben | zult afgebekt hebben | zal afgebekt hebben | zullen afgebekt hebben | zullen afgebekt hebben | zullen afgebekt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben afgebekt | zou hebben afgebekt | zou hebben afgebekt | zouden hebben afgebekt | zouden hebben afgebekt | zouden hebben afgebekt |
| Imperatief | - | bek af | - | - | bekt af | - |
synonyms for afbekken
- afbarsten
- afbedelen
- afbeelden
- afbeelding
- afbeitelen
afbekken
- afbellen
- afbenen
- afbestellen
- afbestelling
- afbetalen
- afbetaling
- afbetten
- afbeulen
- afbidden
- afbieden
- afbietsen
- afbiezen
- afbijten
- afbikken
- afbiljoenen
- afbinden
- afbladderen
- afbladen
- afbladeren
- afblaffen
- afblaren
- afblazen
- afblijven
- afbliksemen
- afblokken

