search term:

afbakenen

  has 4 meanings, one synonym group and 3 synonyms

Dutch Dutch

afbakenen (grens, landmeetkunde, lap grond, begrenzen)

English English

define (grens) delimit (begrenzen) delimitate (begrenzen) demarcate (landmeetkunde) mark off (landmeetkunde) mark out (landmeetkunde) peg out (lap grond) stake off (lap grond) stake out (lap grond)

German German

abgrenzen (begrenzen, landmeetkunde) abstecken (lap grond) abzäunen (begrenzen) begrenzen (begrenzen) definieren (grens) demarkieren (landmeetkunde) festlegen (grens)

French French

borner (begrenzen, landmeetkunde) définir (grens) délimiter (begrenzen, grens, landmeetkunde, lap grond) jalonner (begrenzen, landmeetkunde) limiter (begrenzen, landmeetkunde) marquer (lap grond) tracer (begrenzen, landmeetkunde) tracer les lignes de (begrenzen, landmeetkunde) tracer les limites de (begrenzen, landmeetkunde)

Italian Italian

definire (grens) delimitare (begrenzen, grens, landmeetkunde, lap grond) demarcare (begrenzen, landmeetkunde) limitare (begrenzen, landmeetkunde) picchettare (lap grond) segnare (begrenzen, landmeetkunde) segnare con picchetti (lap grond) tracciare (begrenzen, landmeetkunde)

Spanish Spanish

definir (grens) delimitar (begrenzen, landmeetkunde) delinear (begrenzen, landmeetkunde) demarcar (begrenzen, landmeetkunde) deslindar (begrenzen, landmeetkunde) determinar (grens) marcar con estacas (lap grond) señalar con estacas (lap grond) trazar (begrenzen, landmeetkunde)

Portuguese Portuguese

delimitar (begrenzen, grens, landmeetkunde, lap grond) demarcar (begrenzen, grens, landmeetkunde) fazer a marcação de limites (lap grond) limitar (begrenzen, landmeetkunde) marcar (begrenzen, landmeetkunde)

Swedish Swedish

avgränsa (begrenzen, grens, landmeetkunde) begränsa (begrenzen, grens, landmeetkunde) märka ut (begrenzen, landmeetkunde, lap grond) staka ut (begrenzen, landmeetkunde, lap grond)


Verb forms of afbakenen

- af
Tegenwoordig en verleden deelwoord afbakenend und afgebakend

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens baken af bakent af bakent af bakenen af bakenen af bakenen af
Imperfect bakende af bakende af bakende af bakenden af bakenden af bakenden af
Toekomende tijd I zal afbakenen zult afbakenen zal afbakenen zullen afbakenen zullen afbakenen zullen afbakenen
Conditionalis I zou afbakenen zou afbakenen zou afbakenen zouden afbakenen zouden afbakenen zouden afbakenen
Perfectum heb afgebakend hebt afgebakend heeft afgebakend hebben afgebakend hebben afgebakend hebben afgebakend
Voltooid verleden tijd had afgebakend had afgebakend had afgebakend hadden afgebakend hadden afgebakend hadden afgebakend
Toekomende tijd II zal afgebakend hebben zult afgebakend hebben zal afgebakend hebben zullen afgebakend hebben zullen afgebakend hebben zullen afgebakend hebben
Conditionalis II zou hebben afgebakend zou hebben afgebakend zou hebben afgebakend zouden hebben afgebakend zouden hebben afgebakend zouden hebben afgebakend
Imperatief - baken af - - bakent af -
translation - afbakenen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000