Dutch Dutch

no translation found for advizeren


Verbformen von advizeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord advizerend und geadvizeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens advizeer advizeert advizeert advizeren advizeren advizeren
Imperfect advizeerde advizeerde advizeerde advizeerden advizeerden advizeerden
Toekomende tijd I zal advizeren zult advizeren zal advizeren zullen advizeren zullen advizeren zullen advizeren
Conditionalis I zou advizeren zou advizeren zou advizeren zouden advizeren zouden advizeren zouden advizeren
Perfectum heb geadvizeerd hebt geadvizeerd heeft geadvizeerd hebben geadvizeerd hebben geadvizeerd hebben geadvizeerd
Voltooid verleden tijd had geadvizeerd had geadvizeerd had geadvizeerd hadden geadvizeerd hadden geadvizeerd hadden geadvizeerd
Toekomende tijd II zal geadvizeerd hebben zult geadvizeerd hebben zal geadvizeerd hebben zullen geadvizeerd hebben zullen geadvizeerd hebben zullen geadvizeerd hebben
Conditionalis II zou hebben geadvizeerd zou hebben geadvizeerd zou hebben geadvizeerd zouden hebben geadvizeerd zouden hebben geadvizeerd zouden hebben geadvizeerd
Imperatief - advizeer - - advizeert -
translation - advizeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000