Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch absolveren in WikipediaSearch absolveren in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch absolveren has meanings

English

German

French

Italian

Spanish

Dutch

Portuguese

Swedish

Verb forms of absolveren

Usage - Separable -
Tegenwoordig en verleden deelwoord absolverend und geabsolveerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens absolveer absolveert absolveert absolveren absolveren absolveren
Imperfect absolveerde absolveerde absolveerde absolveerden absolveerden absolveerden
Toekomende tijd I zal absolveren zult absolveren zal absolveren zullen absolveren zullen absolveren zullen absolveren
Conditionalis I zou absolveren zou absolveren zou absolveren zouden absolveren zouden absolveren zouden absolveren
Perfectum heb geabsolveerd hebt geabsolveerd heeft geabsolveerd hebben geabsolveerd hebben geabsolveerd hebben geabsolveerd
Voltooid verleden tijd had geabsolveerd had geabsolveerd had geabsolveerd hadden geabsolveerd hadden geabsolveerd hadden geabsolveerd
Toekomende tijd II zal geabsolveerd hebben zult geabsolveerd hebben zal geabsolveerd hebben zullen geabsolveerd hebben zullen geabsolveerd hebben zullen geabsolveerd hebben
Conditionalis II zou hebben geabsolveerd zou hebben geabsolveerd zou hebben geabsolveerd zouden hebben geabsolveerd zouden hebben geabsolveerd zouden hebben geabsolveerd
Imperatief - absolveer - - absolveert -

absolveren - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish