Dutch Dutch

no translation found for absenteren


Verb forms of absenteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord absenterend und geabsenteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens absenteer absenteert absenteert absenteren absenteren absenteren
Imperfect absenteerde absenteerde absenteerde absenteerden absenteerden absenteerden
Toekomende tijd I zal absenteren zult absenteren zal absenteren zullen absenteren zullen absenteren zullen absenteren
Conditionalis I zou absenteren zou absenteren zou absenteren zouden absenteren zouden absenteren zouden absenteren
Perfectum heb geabsenteerd hebt geabsenteerd heeft geabsenteerd hebben geabsenteerd hebben geabsenteerd hebben geabsenteerd
Voltooid verleden tijd had geabsenteerd had geabsenteerd had geabsenteerd hadden geabsenteerd hadden geabsenteerd hadden geabsenteerd
Toekomende tijd II zal geabsenteerd hebben zult geabsenteerd hebben zal geabsenteerd hebben zullen geabsenteerd hebben zullen geabsenteerd hebben zullen geabsenteerd hebben
Conditionalis II zou hebben geabsenteerd zou hebben geabsenteerd zou hebben geabsenteerd zouden hebben geabsenteerd zouden hebben geabsenteerd zouden hebben geabsenteerd
Imperatief - absenteer - - absenteert -
translation - absenteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000