search term:

aborteren

  has one meaning

Dutch Dutch

aborteren (geneeskunde)

English English

abort (geneeskunde) miscarry (geneeskunde)

German German

Abgang haben (geneeskunde) Fehlgeburt haben (geneeskunde) abortieren (geneeskunde) abtreiben (geneeskunde)

French French

avorter (geneeskunde) faire avorter (geneeskunde)

Italian Italian

abortire (geneeskunde) far abortire (geneeskunde)

Spanish Spanish

abortar (geneeskunde) hacer abortar (geneeskunde)

Portuguese Portuguese

abortar (geneeskunde) abortar espontaneamente (geneeskunde) fazer um aborto (geneeskunde)

Swedish Swedish

abortera (geneeskunde) framkalla missfall (geneeskunde) få missfall (geneeskunde)


Verb forms of aborteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord aborterend und geaborteerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens aborteer aborteert aborteert aborteren aborteren aborteren
Imperfect aborteerde aborteerde aborteerde aborteerden aborteerden aborteerden
Toekomende tijd I zal aborteren zult aborteren zal aborteren zullen aborteren zullen aborteren zullen aborteren
Conditionalis I zou aborteren zou aborteren zou aborteren zouden aborteren zouden aborteren zouden aborteren
Perfectum heb geaborteerd hebt geaborteerd heeft geaborteerd hebben geaborteerd hebben geaborteerd hebben geaborteerd
Voltooid verleden tijd had geaborteerd had geaborteerd had geaborteerd hadden geaborteerd hadden geaborteerd hadden geaborteerd
Toekomende tijd II zal geaborteerd hebben zult geaborteerd hebben zal geaborteerd hebben zullen geaborteerd hebben zullen geaborteerd hebben zullen geaborteerd hebben
Conditionalis II zou hebben geaborteerd zou hebben geaborteerd zou hebben geaborteerd zouden hebben geaborteerd zouden hebben geaborteerd zouden hebben geaborteerd
Imperatief - aborteer - - aborteert -
translation - aborteren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000