Dutch Dutch

no translation found for aanzoeten


Verb forms of aanzoeten

- aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aanzoetend und aangezoet

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens zoet aan zoet aan zoet aan zoeten aan zoeten aan zoeten aan
Imperfect zoette aan zoette aan zoette aan zoetten aan zoetten aan zoetten aan
Toekomende tijd I zal aanzoeten zult aanzoeten zal aanzoeten zullen aanzoeten zullen aanzoeten zullen aanzoeten
Conditionalis I zou aanzoeten zou aanzoeten zou aanzoeten zouden aanzoeten zouden aanzoeten zouden aanzoeten
Perfectum heb aangezoet hebt aangezoet heeft aangezoet hebben aangezoet hebben aangezoet hebben aangezoet
Voltooid verleden tijd had aangezoet had aangezoet had aangezoet hadden aangezoet hadden aangezoet hadden aangezoet
Toekomende tijd II zal aangezoet hebben zult aangezoet hebben zal aangezoet hebben zullen aangezoet hebben zullen aangezoet hebben zullen aangezoet hebben
Conditionalis II zou hebben aangezoet zou hebben aangezoet zou hebben aangezoet zouden hebben aangezoet zouden hebben aangezoet zouden hebben aangezoet
Imperatief - zoet aan - - zoet aan -
translation - aanzoeten translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000