Dutch
Portuguese
Verb forms of aanzitten
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanzittend | und | aangezeten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | zit aan | zit aan | zit aan | zitten aan | zitten aan | zitten aan |
| Imperfect | zat aan | zat aan | zat aan | zaten aan | zaten aan | zaten aan |
| Toekomende tijd I | zal aanzitten | zult aanzitten | zal aanzitten | zullen aanzitten | zullen aanzitten | zullen aanzitten |
| Conditionalis I | zou aanzitten | zou aanzitten | zou aanzitten | zouden aanzitten | zouden aanzitten | zouden aanzitten |
| Perfectum | heb aangezeten | hebt aangezeten | heeft aangezeten | hebben aangezeten | hebben aangezeten | hebben aangezeten |
| Voltooid verleden tijd | had aangezeten | had aangezeten | had aangezeten | hadden aangezeten | hadden aangezeten | hadden aangezeten |
| Toekomende tijd II | zal aangezeten hebben | zult aangezeten hebben | zal aangezeten hebben | zullen aangezeten hebben | zullen aangezeten hebben | zullen aangezeten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangezeten | zou hebben aangezeten | zou hebben aangezeten | zouden hebben aangezeten | zouden hebben aangezeten | zouden hebben aangezeten |
| Imperatief | - | zit aan | - | - | zit aan | - |
- aanzetting
- aanzeulen
- aanzien
- aanzien voor
- aanzienlijk
aanzitten
- aanzoek
- aanzoeken
- aanzoeten
- aanzuigen
- aanzuiveren
- aanzuren
- aanzwaaien
- aanzwellen
- aanzwemmen
- aanzwengelen
- aanzwepen
- aanzweven
- aanzwoegen
- aap
- aap-
- aapachtig
- aar
- aard
- aardappel
- aardappel in de schil
- aardappelmesje
- aardappelschilmesje
- aardbei
- aardbeivlek
- aardbeving

