aanzetten
has 6 meanings, 5 synonym groups and 11 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of aanzetten
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanzettend | und | aangezet |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | zet aan | zet aan | zet aan | zetten aan | zetten aan | zetten aan |
| Imperfect | zette aan | zette aan | zette aan | zetten aan | zetten aan | zetten aan |
| Toekomende tijd I | zal aanzetten | zult aanzetten | zal aanzetten | zullen aanzetten | zullen aanzetten | zullen aanzetten |
| Conditionalis I | zou aanzetten | zou aanzetten | zou aanzetten | zouden aanzetten | zouden aanzetten | zouden aanzetten |
| Perfectum | heb aangezet | hebt aangezet | heeft aangezet | hebben aangezet | hebben aangezet | hebben aangezet |
| Voltooid verleden tijd | had aangezet | had aangezet | had aangezet | hadden aangezet | hadden aangezet | hadden aangezet |
| Toekomende tijd II | zal aangezet hebben | zult aangezet hebben | zal aangezet hebben | zullen aangezet hebben | zullen aangezet hebben | zullen aangezet hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangezet | zou hebben aangezet | zou hebben aangezet | zouden hebben aangezet | zouden hebben aangezet | zouden hebben aangezet |
| Imperatief | - | zet aan | - | - | zet aan | - |
synonyms for aanzetten
aandraaien, inschakelen, starten
vastmaken
vastmaken [v]
aansporen
opruien, opstoken, opwekken, prikkelen
accentueren
benadrukken
scherpen
slijpen, wetten
All Synonyms for aanzetten
- aanzaaien
- aanzakken
- aanzanden
- aanzeggen
- aanzeilen
aanzetten
- aanzetten tot aktie
- aanzetting
- aanzeulen
- aanzien
- aanzien voor
- aanzienlijk
- aanzitten
- aanzoek
- aanzoeken
- aanzoeten
- aanzuigen
- aanzuiveren
- aanzuren
- aanzwaaien
- aanzwellen
- aanzwemmen
- aanzwengelen
- aanzwepen
- aanzweven
- aanzwoegen
- aap
- aap-
- aapachtig
- aar
- aard

