aantijgen
has one meaning
Dutch
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of aantijgen
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aantijgend | und | aangetegen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | tijg aan | tijgt aan | tijgt aan | tijgen aan | tijgen aan | tijgen aan |
| Imperfect | teeg aan | teeg aan | teeg aan | tegen aan | tegen aan | tegen aan |
| Toekomende tijd I | zal aantijgen | zult aantijgen | zal aantijgen | zullen aantijgen | zullen aantijgen | zullen aantijgen |
| Conditionalis I | zou aantijgen | zou aantijgen | zou aantijgen | zouden aantijgen | zouden aantijgen | zouden aantijgen |
| Perfectum | heb aangetegen | hebt aangetegen | heeft aangetegen | hebben aangetegen | hebben aangetegen | hebben aangetegen |
| Voltooid verleden tijd | had aangetegen | had aangetegen | had aangetegen | hadden aangetegen | hadden aangetegen | hadden aangetegen |
| Toekomende tijd II | zal aangetegen hebben | zult aangetegen hebben | zal aangetegen hebben | zullen aangetegen hebben | zullen aangetegen hebben | zullen aangetegen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangetegen | zou hebben aangetegen | zou hebben aangetegen | zouden hebben aangetegen | zouden hebben aangetegen | zouden hebben aangetegen |
| Imperatief | - | tijg aan | - | - | tijgt aan | - |
- aantekening
- aantekeningen
- aantekeningen maken
- aantelen
- aantellen
aantijgen
- aantijging
- aantikken
- aantimmeren
- aantippen
- aantonen
- aantoonbaar
- aantrappen
- aantreden
- aantreffen
- aantrekkelijk
- aantrekkelijk zijn voor
- aantrekkelijke kant
- aantrekkelijkheid
- aantrekken
- aantrekking
- aantrekkingskracht
- aantrippelen
- aantrouwen
- aanturen
- aanvaard
- aanvaard worden
- aanvaardbaar
- aanvaardbaarheid
- aanvaarden
- aanvaarding

