Dutch
Portuguese
Verb forms of aansturen
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aansturend | und | aangestuurd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | stuur aan | stuurt aan | stuurt aan | sturen aan | sturen aan | sturen aan |
| Imperfect | stuurde aan | stuurde aan | stuurde aan | stuurden aan | stuurden aan | stuurden aan |
| Toekomende tijd I | zal aansturen | zult aansturen | zal aansturen | zullen aansturen | zullen aansturen | zullen aansturen |
| Conditionalis I | zou aansturen | zou aansturen | zou aansturen | zouden aansturen | zouden aansturen | zouden aansturen |
| Perfectum | heb aangestuurd | hebt aangestuurd | heeft aangestuurd | hebben aangestuurd | hebben aangestuurd | hebben aangestuurd |
| Voltooid verleden tijd | had aangestuurd | had aangestuurd | had aangestuurd | hadden aangestuurd | hadden aangestuurd | hadden aangestuurd |
| Toekomende tijd II | zal aangestuurd hebben | zult aangestuurd hebben | zal aangestuurd hebben | zullen aangestuurd hebben | zullen aangestuurd hebben | zullen aangestuurd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangestuurd | zou hebben aangestuurd | zou hebben aangestuurd | zouden hebben aangestuurd | zouden hebben aangestuurd | zouden hebben aangestuurd |
| Imperatief | - | stuur aan | - | - | stuurt aan | - |
- aanstrijken
- aanstrikken
- aanstromen
- aanstrompelen
- aanstuiven
aansturen
- aanstuwen
- aansukkelen
- aantakelen
- aantal
- aantal aanwezigen
- aantal arbeidskrachten
- aantappen
- aantasten
- aantasting
- aantekenboekje
- aantekenen
- aantekening
- aantekeningen
- aantekeningen maken
- aantelen
- aantellen
- aantijgen
- aantijging
- aantikken
- aantimmeren
- aantippen
- aantonen
- aantoonbaar
- aantrappen
- aantreden

