Dutch
Portuguese
Verb forms of aanstrijken
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanstrijkend | und | aangestreken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | strijk aan | strijkt aan | strijkt aan | strijken aan | strijken aan | strijken aan |
| Imperfect | streek aan | streek aan | streek aan | streken aan | streken aan | streken aan |
| Toekomende tijd I | zal aanstrijken | zult aanstrijken | zal aanstrijken | zullen aanstrijken | zullen aanstrijken | zullen aanstrijken |
| Conditionalis I | zou aanstrijken | zou aanstrijken | zou aanstrijken | zouden aanstrijken | zouden aanstrijken | zouden aanstrijken |
| Perfectum | heb aangestreken | hebt aangestreken | heeft aangestreken | hebben aangestreken | hebben aangestreken | hebben aangestreken |
| Voltooid verleden tijd | had aangestreken | had aangestreken | had aangestreken | hadden aangestreken | hadden aangestreken | hadden aangestreken |
| Toekomende tijd II | zal aangestreken hebben | zult aangestreken hebben | zal aangestreken hebben | zullen aangestreken hebben | zullen aangestreken hebben | zullen aangestreken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangestreken | zou hebben aangestreken | zou hebben aangestreken | zouden hebben aangestreken | zouden hebben aangestreken | zouden hebben aangestreken |
| Imperatief | - | strijk aan | - | - | strijkt aan | - |
- aanstorten
- aanstoten
- aanstouwen
- aanstranden
- aanstrepen
aanstrijken
- aanstrikken
- aanstromen
- aanstrompelen
- aanstuiven
- aansturen
- aanstuwen
- aansukkelen
- aantakelen
- aantal
- aantal aanwezigen
- aantal arbeidskrachten
- aantappen
- aantasten
- aantasting
- aantekenboekje
- aantekenen
- aantekening
- aantekeningen
- aantekeningen maken
- aantelen
- aantellen
- aantijgen
- aantijging
- aantikken
- aantimmeren

