aanstrepen
has one meaning
Dutch
Swedish
Verb forms of aanstrepen
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanstrepend | und | aangestreept |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | streep aan | streept aan | streept aan | strepen aan | strepen aan | strepen aan |
| Imperfect | streepte aan | streepte aan | streepte aan | streepten aan | streepten aan | streepten aan |
| Toekomende tijd I | zal aanstrepen | zult aanstrepen | zal aanstrepen | zullen aanstrepen | zullen aanstrepen | zullen aanstrepen |
| Conditionalis I | zou aanstrepen | zou aanstrepen | zou aanstrepen | zouden aanstrepen | zouden aanstrepen | zouden aanstrepen |
| Perfectum | heb aangestreept | hebt aangestreept | heeft aangestreept | hebben aangestreept | hebben aangestreept | hebben aangestreept |
| Voltooid verleden tijd | had aangestreept | had aangestreept | had aangestreept | hadden aangestreept | hadden aangestreept | hadden aangestreept |
| Toekomende tijd II | zal aangestreept hebben | zult aangestreept hebben | zal aangestreept hebben | zullen aangestreept hebben | zullen aangestreept hebben | zullen aangestreept hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangestreept | zou hebben aangestreept | zou hebben aangestreept | zouden hebben aangestreept | zouden hebben aangestreept | zouden hebben aangestreept |
| Imperatief | - | streep aan | - | - | streept aan | - |
- aanstormen
- aanstorten
- aanstoten
- aanstouwen
- aanstranden
aanstrepen
- aanstrijken
- aanstrikken
- aanstromen
- aanstrompelen
- aanstuiven
- aansturen
- aanstuwen
- aansukkelen
- aantakelen
- aantal
- aantal aanwezigen
- aantal arbeidskrachten
- aantappen
- aantasten
- aantasting
- aantekenboekje
- aantekenen
- aantekening
- aantekeningen
- aantekeningen maken
- aantelen
- aantellen
- aantijgen
- aantijging
- aantikken

