Dutch
Portuguese
Verb forms of aanstormen
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanstormend | und | aangestormd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | storm aan | stormt aan | stormt aan | stormen aan | stormen aan | stormen aan |
| Imperfect | stormde aan | stormde aan | stormde aan | stormden aan | stormden aan | stormden aan |
| Toekomende tijd I | zal aanstormen | zult aanstormen | zal aanstormen | zullen aanstormen | zullen aanstormen | zullen aanstormen |
| Conditionalis I | zou aanstormen | zou aanstormen | zou aanstormen | zouden aanstormen | zouden aanstormen | zouden aanstormen |
| Perfectum | ben aangestormd | bent aangestormd | is aangestormd | zijn aangestormd | zijn aangestormd | zijn aangestormd |
| Voltooid verleden tijd | was aangestormd | was aangestormd | was aangestormd | waren aangestormd | waren aangestormd | waren aangestormd |
| Toekomende tijd II | zal aangestormd zijn | zult aangestormd zijn | zal aangestormd zijn | zullen aangestormd zijn | zullen aangestormd zijn | zullen aangestormd zijn |
| Conditionalis II | zou zijn aangestormd | zou zijn aangestormd | zou zijn aangestormd | zouden zijn aangestormd | zouden zijn aangestormd | zouden zijn aangestormd |
| Imperatief | - | - | - | - | - | - |
- aanstonds
- aanstoot geven
- aanstoot nemen aan
- aanstootgevend
- aanstoppen
aanstormen
- aanstorten
- aanstoten
- aanstouwen
- aanstranden
- aanstrepen
- aanstrijken
- aanstrikken
- aanstromen
- aanstrompelen
- aanstuiven
- aansturen
- aanstuwen
- aansukkelen
- aantakelen
- aantal
- aantal aanwezigen
- aantal arbeidskrachten
- aantappen
- aantasten
- aantasting
- aantekenboekje
- aantekenen
- aantekening
- aantekeningen
- aantekeningen maken

