aanstippen
has one meaning, 2 synonym groups and 4 synonyms
Dutch
Swedish
Verb forms of aanstippen
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanstippend | und | aangestipt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | stip aan | stipt aan | stipt aan | stippen aan | stippen aan | stippen aan |
| Imperfect | stipte aan | stipte aan | stipte aan | stipten aan | stipten aan | stipten aan |
| Toekomende tijd I | zal aanstippen | zult aanstippen | zal aanstippen | zullen aanstippen | zullen aanstippen | zullen aanstippen |
| Conditionalis I | zou aanstippen | zou aanstippen | zou aanstippen | zouden aanstippen | zouden aanstippen | zouden aanstippen |
| Perfectum | heb aangestipt | hebt aangestipt | heeft aangestipt | hebben aangestipt | hebben aangestipt | hebben aangestipt |
| Voltooid verleden tijd | had aangestipt | had aangestipt | had aangestipt | hadden aangestipt | hadden aangestipt | hadden aangestipt |
| Toekomende tijd II | zal aangestipt hebben | zult aangestipt hebben | zal aangestipt hebben | zullen aangestipt hebben | zullen aangestipt hebben | zullen aangestipt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangestipt | zou hebben aangestipt | zou hebben aangestipt | zouden hebben aangestipt | zouden hebben aangestipt | zouden hebben aangestipt |
| Imperatief | - | stip aan | - | - | stipt aan | - |
synonyms for aanstippen
- aanstichter
- aanstichtster
- aanstiefelen
- aanstijven
- aanstikken
aanstippen
- aanstoken
- aanstoker van oorlogen
- aanstomen
- aanstonds
- aanstoot geven
- aanstoot nemen aan
- aanstootgevend
- aanstoppen
- aanstormen
- aanstorten
- aanstoten
- aanstouwen
- aanstranden
- aanstrepen
- aanstrijken
- aanstrikken
- aanstromen
- aanstrompelen
- aanstuiven
- aansturen
- aanstuwen
- aansukkelen
- aantakelen
- aantal
- aantal aanwezigen

