Dutch Dutch

no translation found for aanstiefelen


Verb forms of aanstiefelen

def. aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aanstiefelend und aangestiefeld

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens - - stiefelt aan - - -
Imperfect - - stiefelde aan - - -
Toekomende tijd I - - zal aanstiefelen - - -
Conditionalis I - - zult aanstiefelen - - -
Perfectum - - heeft aangestiefeld - - -
Voltooid verleden tijd - - had aangestiefeld - - -
Toekomende tijd II - - zal aangestiefeld hebben - - -
Conditionalis II - - zult hebben aangestiefeld - - -
Imperatief - - - - - -
translation - aanstiefelen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000