Dutch
Portuguese
Verb forms of aansterven
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanstervend | und | aangestorven |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | sterf aan | sterft aan | sterft aan | sterven aan | sterven aan | sterven aan |
| Imperfect | stierf aan | stierf aan | stierf aan | stierven aan | stierven aan | stierven aan |
| Toekomende tijd I | zal aansterven | zult aansterven | zal aansterven | zullen aansterven | zullen aansterven | zullen aansterven |
| Conditionalis I | zou aansterven | zou aansterven | zou aansterven | zouden aansterven | zouden aansterven | zouden aansterven |
| Perfectum | ben aangestorven | bent aangestorven | is aangestorven | zijn aangestorven | zijn aangestorven | zijn aangestorven |
| Voltooid verleden tijd | was aangestorven | was aangestorven | was aangestorven | waren aangestorven | waren aangestorven | waren aangestorven |
| Toekomende tijd II | zal aangestorven zijn | zult aangestorven zijn | zal aangestorven zijn | zullen aangestorven zijn | zullen aangestorven zijn | zullen aangestorven zijn |
| Conditionalis II | zou zijn aangestorven | zou zijn aangestorven | zou zijn aangestorven | zouden zijn aangestorven | zouden zijn aangestorven | zouden zijn aangestorven |
| Imperatief | - | - | - | - | - | - |
- aansteller
- aanstellerig
- aanstellerij
- aanstelling
- aansterken
aansterven
- aanstevenen
- aanstichten
- aanstichter
- aanstichtster
- aanstiefelen
- aanstijven
- aanstikken
- aanstippen
- aanstoken
- aanstoker van oorlogen
- aanstomen
- aanstonds
- aanstoot geven
- aanstoot nemen aan
- aanstootgevend
- aanstoppen
- aanstormen
- aanstorten
- aanstoten
- aanstouwen
- aanstranden
- aanstrepen
- aanstrijken
- aanstrikken
- aanstromen

