search term:

aanstampen

  has 2 meanings

Dutch Dutch

aanstampen (aarde, bodem)

English English

ram down (bodem) stamp down (aarde) tread down (aarde)

German German

festrammen (bodem) feststampfen (bodem) festtreten (aarde)

French French

presser du pied (aarde) tasser (aarde, bodem)

Italian Italian

conficcare (bodem) ficcare (bodem) piantare (bodem) pigiare (aarde) pressare (aarde)

Spanish Spanish

apisonar (bodem) pisotear (aarde)

Portuguese Portuguese

calcar (bodem) calcar com os pés (aarde) socar (bodem)

Swedish Swedish

stampa fast (bodem) stampa ner (bodem) stampa till (aarde) trampa till (aarde)


Verb forms of aanstampen

- aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aanstampend und aangestampt

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens stamp aan stampt aan stampt aan stampen aan stampen aan stampen aan
Imperfect stampte aan stampte aan stampte aan stampten aan stampten aan stampten aan
Toekomende tijd I zal aanstampen zult aanstampen zal aanstampen zullen aanstampen zullen aanstampen zullen aanstampen
Conditionalis I zou aanstampen zou aanstampen zou aanstampen zouden aanstampen zouden aanstampen zouden aanstampen
Perfectum heb aangestampt hebt aangestampt heeft aangestampt hebben aangestampt hebben aangestampt hebben aangestampt
Voltooid verleden tijd had aangestampt had aangestampt had aangestampt hadden aangestampt hadden aangestampt hadden aangestampt
Toekomende tijd II zal aangestampt hebben zult aangestampt hebben zal aangestampt hebben zullen aangestampt hebben zullen aangestampt hebben zullen aangestampt hebben
Conditionalis II zou hebben aangestampt zou hebben aangestampt zou hebben aangestampt zouden hebben aangestampt zouden hebben aangestampt zouden hebben aangestampt
Imperatief - stamp aan - - stampt aan -
translation - aanstampen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000