search term:

aanstaan

  has one meaning, 3 synonym groups and 3 synonyms

Dutch Dutch

aanstaan (voldoening)

English English

please (voldoening)

German German

gefallen (voldoening) zufrieden stellen (voldoening)

French French

contenter (voldoening) plaire à (voldoening) satisfaire (voldoening)

Italian Italian

essere gradito (voldoening) garbare (voldoening) piacere (voldoening)

Spanish Spanish

complacer (voldoening) satisfacer (voldoening) ser del agrado de uno (voldoening)

Portuguese Portuguese

agradar (voldoening) satisfazer (voldoening)

Swedish Swedish

behaga (voldoening) tillfredsställa (voldoening)


Verb forms of aanstaan

irr. aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aanstaand und aangestaan

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens sta aan staat aan staat aan staan aan staan aan staan aan
Imperfect stond aan stond aan stond aan stonden aan stonden aan stonden aan
Toekomende tijd I zal aanstaan zult aanstaan zal aanstaan zullen aanstaan zullen aanstaan zullen aanstaan
Conditionalis I zou aanstaan zou aanstaan zou aanstaan zouden aanstaan zouden aanstaan zouden aanstaan
Perfectum heb aangestaan hebt aangestaan heeft aangestaan hebben aangestaan hebben aangestaan hebben aangestaan
Voltooid verleden tijd had aangestaan had aangestaan had aangestaan hadden aangestaan hadden aangestaan hadden aangestaan
Toekomende tijd II zal aangestaan hebben zult aangestaan hebben zal aangestaan hebben zullen aangestaan hebben zullen aangestaan hebben zullen aangestaan hebben
Conditionalis II zou hebben aangestaan zou hebben aangestaan zou hebben aangestaan zouden hebben aangestaan zouden hebben aangestaan zouden hebben aangestaan
Imperatief - sta aan - - staat aan -
translation - aanstaan translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000