search term:

aanreiken

  has 4 meanings, one synonym group and 6 synonyms

Dutch Dutch

aanreiken (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen)

English English

extend (hand) give (voorwerp, voorwerpen) hand (voorwerpen) hold out (algemeen) offer (algemeen) pass (voorwerp) reach (voorwerp)

German German

ausstrecken (hand) bieten (algemeen) geben (voorwerp) reichen (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen)

French French

attraper (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) donner (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) passer (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) présenter (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) tendre (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen)

Italian Italian

allungare (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) dare (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) offrire (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) passare (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) porgere (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) stendere (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) tendere (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen)

Spanish Spanish

alcanzar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) dar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) entregar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) estirar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) extender (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) ofrecer (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) pasar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) tender (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen)

Portuguese Portuguese

alcançar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) dar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) entregar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) estender (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) oferecer (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) passar (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen)

Swedish Swedish

erbjuda (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) ge (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) hålla ut (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) räcka (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) räcka ut (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen) sträcka (algemeen, hand, voorwerp, voorwerpen)


Verb forms of aanreiken

- aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aanreikend und aangereikt

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens reik aan reikt aan reikt aan reiken aan reiken aan reiken aan
Imperfect reikte aan reikte aan reikte aan reikten aan reikten aan reikten aan
Toekomende tijd I zal aanreiken zult aanreiken zal aanreiken zullen aanreiken zullen aanreiken zullen aanreiken
Conditionalis I zou aanreiken zou aanreiken zou aanreiken zouden aanreiken zouden aanreiken zouden aanreiken
Perfectum heb aangereikt hebt aangereikt heeft aangereikt hebben aangereikt hebben aangereikt hebben aangereikt
Voltooid verleden tijd had aangereikt had aangereikt had aangereikt hadden aangereikt hadden aangereikt hadden aangereikt
Toekomende tijd II zal aangereikt hebben zult aangereikt hebben zal aangereikt hebben zullen aangereikt hebben zullen aangereikt hebben zullen aangereikt hebben
Conditionalis II zou hebben aangereikt zou hebben aangereikt zou hebben aangereikt zouden hebben aangereikt zouden hebben aangereikt zouden hebben aangereikt
Imperatief - reik aan - - reikt aan -
translation - aanreiken translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000